Mietje van der Dussen
Uit: Mietje van der Dussen.
“
Na weer thuis [ = Amsterdam ] te zijn geweest ging Mietje in Juni [ 1793 ] naar Vollenhoven bij Utrecht (…). Dat was eenzelfde reis per Roef [ = trekschuit ], de heele Vecht langs (…), acht uren lang! (…) en in Utrecht was de karos van Mijnheer Munter, en na drie kwartier rijdens door den zandweg, was men aangekomen op Vollenhoven.
Het was er landelijker dan in Holland. Vollenhoven was toen nog een eenvoudig buiten, de wegen waren zandwegen en stoffig, en het hout was er veel en zwaar; Mietje in haar mousseline witte japonnetje, dwaalde er vergenoegd in de tuinen rond: het was er stil op Vollenhoven, want mevrouw Munter was weinig wel, en kwam soms in ‘t geheel niet
beneden (…)
Het was alleen maar heel vervelend, dat zij haar zang niet kon instudeeren, want zij wilde niet de zieke Mevrouw Munter storen; en haar kamenier, Snijder, die haar de Duitsche stukjes zou voorzingen, omdat zij de melodieën ervan kende, kon zij nu ook niet toestaan haar stem te verheffen, en Mietje, onder de hooge boomen, neuriede zacht ‘der junge Eheman,’ om die wijs in ieder geval te kennen als zij thuiskwam, mooi uitzingen, hoog en jubelend, kon natuurlijk ook niet, dat stond niet buiten; daarvoor was het Utrechtsche nog te geciviliseerd. Als de de Smeths op Beerschoten of misschien de Westreenens van Houdringe in de buurt wandelden, zou men haar kunnen hooren, en dat zou heel ongepast aandacht trekken zijn, en vooral op Houdringe was zoveel luxe en zooveel ‘bon ton’. En zij verdiepte zich maar in haar Engelsch boek, dat haar zeer boeide, en dacht maar niet te veel aan haar harp, waarop zij zoo graag die Sonate zou spelen.”
Bron: L.E. [ = Lyte Engelberts ], Mietje van der Dussen. Utrecht, 1918. pp. 27 – 29.
Uit: ” Vollenhove”
“De laatste maal dat hij [ = Lodewijk Napoleon ] in Utrecht logeerde, en dat nog wel samen met de koningin die met de kroonprins op 14 april uit Parijs was gearriveerd, was de paasweek van 1810. Hun eerste uitje was op 17 april naar De Bilt. Het bekende dagverhaal van de apotheker Keetell vertelt daarover: ‘Ten een uur deeden Hunne Maj. een toer na de lusthoven Beerschoten en Vollenhooven boven de Bilt, welke toen ter tijd door de dood van derzelver eigenaar, den heer de Smeth, voor een ieder te zien waren. De kroonprins diverteerde zig van tijd tot tijd met vier van de jongste pages onder anderen met een kiereboetje [ = soort karretje ] met een span van zes bokjes’.”
Bron: P.H. Damsté, De Bilt in Beeld. De Bilt, z. jr.





